Op 25 april wordt in Portugal de ‘Dag van de Vrijheid’ gevierd. Op 25 april 1974 kwam, na meer dan 40 jaar, met de geweldloze Anjerrevolutie een eind aan het autoritaire ‘Estado Novo’ bewind. In Ferragudo is het pittoreske winkelstraatje ‘Rua 25 de Abril’ hiernaar vernoemd. Ook heeft Ferragudo een plein ‘Largo Palma Inácio’, dat de naam draagt van een in 1922 in Ferragudo geboren verzetsheld. Voor vrijheid en democratie kaapte hij een vliegtuig en beroofde een bank.

Vliegen is zijn passie. Op zijn 18e wordt Hermínio da Palma Inácio monteur op een militaire vliegbasis en behaalt er ook zijn vliegbrevet. Rebels als hij is, haalt hij brandstof uit andere vliegtuigen om veel vlieguren te kunnen maken. Na weer een illegale vlucht die eindigt in een crash wordt hij ontslagen. In Lissabon, waar hij na de Tweede Wereldoorlog gaat werken voor de Nederlandse KLM, komt hij in contact met revolutionairen die een staatsgreep aan het voorbereiden zijn. Een couppoging in 1947, waarbij Hermínio 35 militaire vliegtuigen onklaar maakt, mislukt. Na te zijn ondergedoken, wordt hij alsnog gearresteerd en overgebracht naar de beruchte Aljube gevangenis in Lissabon, nu het museum ‘Resistência e Liberdade’. Een jaar later springt hij op een onbewaakt moment, met aan elkaar geknoopte lakens, door het raam en weet te ontkomen. Uiteindelijk komt hij in 1951 via Marokko als bemanningslid van een vrachtschip aan in de Verenigde Staten en wordt daar vlieginstructeur. Als ze na een paar jaar ontdekken wie hij is, wordt hij het land uitgezet en belandt hij in Brazilië waar meer tegenstanders van ‘Estado Novo’ bewind verblijven.

In Rio de Janeiro broeden ze een plan uit om in Portugal te infiltreren en een staatsgreep voor te bereiden. De nieuwe leiders zouden dan, met een door Hermínio in Marokko te kapen vliegtuig, in Portugal worden gedropt. Het lukt de revolutionairen echter niet om het leger in Portugal mee te krijgen. Maar het plan om een vliegtuig te kapen wordt doorgezet als een stunt om de autoritaire macht te intimideren. Zo worden op vrijdagmorgen 10 november 1961 door zes rebellen onder leiding van Hermínio in Casablanca koffers met honderdduizend pamfletten aan boord van een TAP toestel gebracht. Boven Portugal wordt de piloot duidelijk gemaakt wat de geweldloze plannen zijn: laag boven Lissabon worden via de nooddeuren pamfletten naar buiten gegooid en op de terugweg naar Marokko wordt dat ook gedaan in Beja en Faro. De passagiers worden getrakteerd op champagne en volgens plan dwarrelen de pamfletten naar beneden op de zonovergoten Avenida da Liberdade. Laag over land en zee vliegend weten ze te ontkomen en aan het begin van de middag landen ze in Tanger. De kapers bedanken bemanning en passagiers en vluchten in klaarstaande auto’s. Na omzwervingen komen ze terug in Brazilië waar gelijk nieuwe plannen worden gesmeed.

Maar alle plannen kosten geld. Geld dat moet komen van het autoritaire regime zelf, vinden ze. Op woensdag 17 mei 1967 aan het einde van de middag overvalt Hermínio met drie zielsverwanten Banco de Portugal in Figueira da Foz, tussen Lissabon en Porto. Een paar dagen daarvoor heeft de paus, vijftig jaar na de verschijning van Maria, een bezoek gebracht aan Fatima. En dat betekent dat de beveiliging op een laag pitje staat. Een ideaal moment om een bank te overvallen. Stomverbaasd treffen ze in de kluis 29 miljoen escudo’s aan, wat de enorme waarde vertegenwoordigt van zo’n anderhalf miljoen dollar. Met een gereedstaande auto en een vliegtuigje, met als piloot Hermínio, weten ze te ontkomen naar Vale do Bispo in de Algarve, vervolgens rijden ze met een auto naar Spanje en uiteindelijk Frankrijk. Helaas blijkt een groot deel van de bankbiljetten onbruikbaar, omdat ze nieuw zijn en nog niet eerder in omloop gebracht. De boeven worden bij verstek veroordeeld en Hermínio als leider van de bende krijgt 16 jaar celstraf.

Hermínio blijft onverzettelijk vechten voor vrijheid en democratie in Portugal. Hij wordt een jaar later gearresteerd, maar weet weer te ontsnappen uit de gevangenis in Porto door tralies door te zagen. In 1973 wordt hij weer opgepakt en na de Anjerrevolutie in 1974 pas als een van de laatste politieke gevangenen vrijgelaten. De discussie loopt dan hoog op, of hij nou een ordinaire crimineel is of een held van het verzet. In 2000, 25 jaar na de revolutie, ontvangt hij van de president het ‘Grã-Cruz da Ordem da Liberdade’. In 2007, twee jaar voor zijn overlijden, wordt het plein in de wijk Quinta dos Poços in Ferragudo naar hem vernoemd. Een blijvende herinnering aan dit bijzondere kind van Ferragudo.